nieuws

Buren- en buurtbemiddeling in Antwerpen

In de stad Antwerpen zet een team van vijf professionele bemiddelaars, bijgestaan door een 25-tal vrijwilligers, in op buurt- en burenbemiddeling. We spraken met Els Bruyndonckx, gedreven diensthoofd en al van bij de start betrokken bij bemiddeling in Antwerpen.

Zou je kort kunnen uitleggen wat jullie precies doen?

Bij burenbemiddeling treden we op zodra we een klacht binnenkrijgen van één van de buren. Die is meestal afkomstig van de persoon die het meest last heeft van het conflict of ongemak. We gaan vervolgens op bezoek, zodat de situatie grondig uitgelegd wordt. Daarna proberen we een afspraak te krijgen bij de andere buur, de persoon die de klacht veroorzaakt. Dan kan ook hij de kans krijgen om zijn kant van het verhaal te doen. Als de twee buren zich willen inzetten voor een betere burenrelatie, dan organiseren we een bemiddelingsgesprek met hen, op een neutrale locatie.

We bieden bemiddeling ook aan bij ruimere conflicten in een wijk. Voor buurtbemiddeling hebben we een specifieke methodiek. Al volgen we ook hierbij eerst en vooral de basisprincipes van bemiddeling: die moet vrijwillig zijn, neutraal, vertrouwelijk, gratis en self-empowerend. Ik leg het even uit aan de hand van een concrete situatie. Neem nu dat er klachten binnenkomen over lawaaierige leveringen ’s morgensvroeg bij een supermarkt. Dan gaan we eerst langs bij de hoofdklagers thuis. Die kunnen elk vanuit hun standpunt het verhaal uit de doeken doen. Vervolgens gaan we ook bij de supermarkt langs. Wie is de verantwoordelijke daar? Welke maatregelen zijn reeds genomen om het leefbaarder te maken? We geven mee waarover de buren specifiek klagen en geven hun voorstellen mee. Tot slot laten we beide partijen samenzitten. Vanuit de buurt vragen we dan een afvaardiging van drie mensen. Tijdens het bemiddelingsgesprek willen we de buren dus niet enkel klachten laten ventileren maar ook zelf voorstellen doen. Wat zou jij doen als zaakvoerder? We zetten in op empathie langs beide kanten en proberen zoveel mogelijk tot een constructief gesprek te komen. We gaan steeds op zoek naar concrete oplossingen.

Hoe verdelen jullie het werk tussen vrijwilligers en de eigen bemiddelaars?

Wanneer we een oproep binnenkrijgen, doen we een eerste schifting. Als het over conflicten gaat zoals een boom met overhangende takken, de scheiding van de tuin, een douche die in te vroege of te late uurtjes wordt gebruikt of nachtlawaai, dan schakelen we vrijwilligers in. Maar het dossier wordt hoe dan ook opgevolgd door een professioneel bemiddelaar van onze dienst.

Als dat nachtlawaai veroorzaakt wordt door mensen die bij de buren hun dosis drugs komen halen, of als er één of andere problematiek meespeelt zoals verslaving of psychische problemen, laten we het dossier niet opnemen door vrijwilligers, maar nemen we dat zelf op. Ook voor de specifieke methodiek van buurtbemiddeling gaan we met professionele bemiddelaars aan de slag.

Wie zijn die vrijwilligers precies? Hoe komen ze bij jullie terecht?

We communiceren via verschillende kanalen: de media, onthaaldagen voor nieuwe bewoners, verenigingsleven zoals de seniorenraad, websites als vrijwilligerswerk.be, de vrijwilligersbeurs... We krijgen heel wat aanmeldingen van bekwame en gemotiveerde mensen. Ze worden altijd eerst grondig gescreend via een selectiegesprek. Vervolgens krijgt iedere vrijwilliger een opleiding van zes dagen. De profielen zijn erg uiteenlopend. Ze zijn jong en oud, sommigen zijn met pensioen, op invaliditeit, werkloos, werken voltijds of deeltijds, ...

Een heel diverse groep dus! Spelen jullie daar op in als jullie aanmeldingen krijgen?

Zeker. Zo hadden we onlangs een dossier waarin beide partijen Berberstalig waren. In plaats van met tolken te werken, hebben we twee vrijwilligers ingeschakeld, die zelf ook Berbers spreken. Ik zat er zelf ook bij, maar veel heb ik niet moeten doen.

Wat is je rol als bemiddelaar bij zo’n gesprek?

Een bemiddelaar kan vanuit zijn expertise doorvragen. “Komt er al een maatschappelijk assistent bij je langs? Heb je een inkomen en kan je daarvan leven? Mogen wij daarvoor iemand contacteren?” Dan kunnen wij de link maken met onze collega’s, de maatschappelijk assistenten van dienst X-Stra!. Dit is ook een stedelijke dienst en zet in op dienstverlening en aangepaste hulpverlening.

Zijn er naast X-Stra! nog andere externe diensten waarop jullie een beroep kunnen doen? Ik veronderstel dat er soms heel wat komt kijken bij een conflict en dat er meer nodig is dan enkel bemiddeling om tot een duurzame oplossing te komen. Als er een probleem is van armoede, bijvoorbeeld.

We verwijzen meestal door naar X-Stra!, al zijn er ook andere diensten. Voor een probleem in verband met hygiëne bijv., schakelen we de dienst Hygiënisch Woontoezicht in; een probleem met huisdieren valt onder Dierenwelzijn; bij intrafamiliaal geweld roepen wij de politie op. Daarnaast zijn er ook nog Case Management – zij werken vooral rond daklozen met een psychische problematiek – en Kadans, een samenwerkingsverband dat inzet op de multidisciplinaire begeleiding van daklozen.

Bij buurtbemiddeling gebeurt het dat we op huisbezoek gaan bij jongeren die op het publiek domein voor overlast zorgen. We proberen te achterhalen wat hun interesses zijn, om ze dan via onze collega’s van Jeugdinterventie toe te leiden naar buurtsport of muziekschool.

Wat als de partij waarover geklaagd wordt niet wil samenzitten? Ik kan me voorstellen dat de vrijwilligheid, een basisprincipe van bemiddeling, er niet altijd is.

Bij buurtbemiddeling komt het zelden voor dat één van de partijen geen bemiddeling wil. Vaak zijn er al andere partners betrokken: de buurtregisseur bijvoorbeeld, verkeersdeskundigen of de mensen van het woonkantoor.

Voor gewone burengeschillen gebeurt het veel vaker dat mensen niet willen ingaan op de bemiddeling. Elk jaar krijgen we tussen de 300 en 400 aanmeldingen van burenconflicten. Slechts in een derde van de gevallen vinden we beide partijen bereid om te gaan samenzitten.

Waaraan ligt dat dan meestal?

Als we een aanmelding krijgen is het eerste dat we altijd vragen aan telefoon: “Welke stappen heb je zelf al ondernomen?” Mensen denken soms dat, als ze naar burenbemiddeling bellen, de problemen vanzelf in orde zullen komen. Dat is natuurlijk niet zo. We leggen hen uit dat er ook van hen een actieve rol vereist is. Daarop haken sommige mensen af.

Maar meestal haakt buur twee af. We horen dan zaken als: “Ik wil daar niet meer over praten, de ander dreef het allemaal te ver. Hij belt of sms’t constant, klopt bij het minste met een stok op het plafond. Of nog, ik doe gewoon mijn ding, het is niet mijn probleem.” We kunnen natuurlijk niemand dwingen, dat werkt niet. In zo’n geval hebben beide kanten pech, want dat kan er geen duurzame oplossing komen. Dat proberen we ook altijd mee te geven. Maar soms houden mensen voet bij stuk, en kiezen ze ervoor om naar de politie of de vrederechter te gaan. Het kan ook radicaler, mensen die beslissen om te verhuizen of ergens anders gaan slapen als de buur weer een feestje geeft. Ik ken mensen die in het weekend bij vrienden gaan slapen of naar een buitenverblijf trekken.

Maar ik ken gelukkig ook mensen die dat niet meer moeten doen, omdat ze hebben kunnen bemiddelen. Er zijn dus ook veel positieve verhalen. Ieder dossier is anders, de uitkomst ook.

Kan je nog een concreet voorbeeld geven? Een recente bemiddeling die je gedaan hebt, met een positieve uitkomst.

Onlangs heb ik bemiddeld in een conflict tussen iemand van Joodse origine en iemand van Pakistaanse origine. Het is niet volledig opgelost, maar ze hebben elkaar gehoord.

Wat was het probleem?

Lawaaihinder. Het was een derde buur die ons in eerste instantie had gebeld, omdat de twee eerste buren elkaar steeds zaten op te jutten. De Joodse man klopte voor het minste op het plafond en de twee kinderen van de Pakistaanse man maakten te veel lawaai, ook in de traphal. De Joodse man werkt als taxichauffeur en heeft onregelmatige uren. Hij moet dus op elk moment van de dag kunnen slapen, en als die kinderen rondlopen, lukt dat niet echt.

Na de bemiddeling zijn er toch wel wat afspraken gekomen. Het goede was vooral dat ze dankzij tolken in hun eigen taal hebben kunnen vertellen wat er aan de hand was. Ze deden alvast de moeite om elkaar te verstaan. De afspraak is nu dat er minder snel geklopt zal worden en dat de Joodse man ook mag komen kijken als er te veel lawaai is, om zo precies te begrijpen hoe dat komt.

Er zijn gesprekken waarbij de bemiddelaar achterover kan leunen en het gewoon kan laten gebeuren. Of waarbij de buren achteraf samen op café gaan of arm in arm naar huis gaan. Dat is ook het mooie van ons werk: er is heel veel verzuring maar ook veel positieve verhalen.

Zie je een evolutie in de klachten die jullie binnenkrijgen?

Mensen worden onverdraagzamer. Klagen lijkt soms bijna een hobby. Al kan daar natuurlijk iets aan gedaan worden. Vaak gaan we op zoek naar wat erachter zit. Als we merken dat mensen met een leemte of een gemis zitten, dan spelen we daarop in. We vertellen dan over de activiteiten van het lokale dienstencentrum, vertellen hen over een fijne partner, kortweg we willen hen nieuwe ideeën geven.

Wat veel zorgwekkender is, is de toename van serieuze psychische problemen. Er zijn bijvoorbeeld mensen die denken dat de buurman hen door het plafond kan zien lopen of die ’s nachts beginnen te roepen.

Er is ook een toename van het aantal dossiers. We hadden juist teamvergadering. Deze week alleen al hebben we 19 aanmeldingen.

De nood op burenbemiddeling te blijven inzetten is dus wel degelijk reëel.

Ik vind het goed dat jullie ‘bemiddeling’ tijdens de Vredesweek willen promoten. We hebben vorig jaar in Antwerpen een eerste congres gehouden. We zien vanuit Burenbemiddeling Vlaanderen dat het netwerk aan het groeien is. We willen hierop blijven inzetten. Ons uitgangspunt is dat elke Vlaming recht heeft op burenbemiddeling. Het is dan ook een terechte oproep vanuit de Vredesweek om erin te investeren.

Dit interview komt uit het campagnedossier van de Vredesweek. Download of bestel het hier!

 

partners