nieuws

 

Iedereen Thuis in Zemst

De brug maken tussen asielzoekers en erkende vluchtelingen enerzijds en de oorspronkelijke inwoners anderzijds: het is geen evidente oefening. De gemeente Zemst levert het bewijs dat er heel wat kan gebeuren opdat de nieuwkomers zich welkom weten terwijl de oorspronkelijke bewoners zich toch thuis blijven voelen. In de gemeente werkt het team Welzijn - Integratie nauw samen met de lokale vluchtelingenorganisatie AZIZ rond de thema’s asiel, migratie en integratie. We vroegen Liesbeth Michiels van het team Welzijn - Integratie en Josée Goethals van AZIZ hoe dat precies in zijn werk gaat.

Hoe is de samenwerking tussen AZIZ en de dienst Integratie van Zemst ontstaan?

Josée Goethals: We zijn met AZIZ (www.aziz.be) begonnen in 2001. We waren met een groep vrijwilligers die iets wilden doen voor de asielzoekers die verbleven in het lokaal opvanginitiatief in de gemeente. In de eerste plaats hebben we ingezet op vrijetijdsactiviteiten, we organiseerden uitstappen en maakten tijd om met elkaar een praatje te slaan. Wat belangrijk was, was dat de vereniging vanaf het begin zowel inzette op hulp bieden aan vluchtelingen als het aanspreken en betrekken van de bevolking. Enkelingen hulp bieden is beperkt in de tijd; echte duurzame verandering kan er maar komen als ook de brede bevolking zich bewust is van de problematiek en bereid is om de nieuwkomers in het samenleven op te nemen. Daarom organiseerden we van bij het begin ook avonden over een land of regio waar veel vluchtelingen vandaan kwamen. ‘Beseffen wat er gebeurt in …’ was een hele reeks waarbij telkens al erkende vluchtelingen betrokken werden om met de aanwezigen in gesprek te gaan. Op een bepaald moment is dan het team Welzijn - Integratie opgericht in de gemeente. Wanneer was dat weer precies?

Liesbeth Michiels: In 2012 zijn de eerste stappen gezet, en vanaf 2013 zijn we echt van start gegaan. Sindsdien ontvangt de gemeente subsidies van de Vlaamse Overheid om integratiebevorderende initiatieven te nemen. AZIZ was vanaf het begin een belangrijke partner, omdat deze vrijwilligers al de stap naar erkende vluchtelingen gezet hadden. Om een netwerk op te bouwen legden we de link met initiatieven die al bestonden. Vanaf dan zijn we eigenlijk elk jaar blijven samenwerken.

Hoe verloopt de opvang van nieuwkomers hier in Zemst? In welke orde van grootte kunnen we dat zien? Zijn er initiatieven vanuit de gemeente?

Liesbeth Michiels: Zemst kent als gemeente, ingeklemd tussen de steden Vilvoorde en Mechelen, een relatief beperkte instroom van vluchtelingen. Er was lang een centraal lokaal opvanginitiatief, beheerd door de gemeente, waarin 24 mensen leefden. Na een tijdelijke sluiting ging het tijdens de vluchtelingencrisis in 2015 terug open met een capaciteit voor 12 mensen in het centraal lokaal opvanginitiatief (LOI) zelf en daarnaast nog enkele personen in aparte woningen. Nu zal het centraal gebouw voor andere zaken bestemd worden en wordt de opvang gespreid over verschillende woningen in Zemst. Zo kunnen een 12-tal plaatsen in de gemeente fungeren als LOI- woning.

Josée Goethals: Ik vind het erg belangrijk dat we hier als gemeente Zemst onze verantwoordelijkheid blijven nemen. Met de GROZ, de Gemeentelijke Raad Ontwikkelingssamenwerking Zemst, roepen we in ons memorandum voor de gemeenteraadsverkiezingen op om nieuwkomers te blijven opvangen. We zijn ervan overtuigd dat we moeten vermijden dat alle vluchtelingen zich in steden vestigen en daar terechtkomen in relatief gesloten gemeenschappen. Net zoals in Europa vluchtelingen ook buiten Griekenland en Italië moeten opgevangen worden, moet er ook in eigen land een spreiding zijn. Enkel zo kan de hele bevolking kennismaken met deze groep en kan er sprake zijn van integratie.

Hebben jullie in de gemeente ooit negatieve reacties op het lokaal opvanginitiatief gekregen?

Samen: Er is eigenlijk nooit een tegenreactie geweest.

Liesbeth Michiels: Waar vroeger wel sprake van was, was dat de bewoners van het opvanginitiatief naar de bus of winkelgingen met plastic zakken. Sommige burgers stelden zich daar wel vragen bij. Daar werd wel over gepraat. Maar niemand heeft hierover ooit bij de gemeente een klacht ingediend. Iedereen wist ook waar deze mensen woonden, dus er was wel een gevoel van herkenning. Al is het contact niet evident. Ze kregen nooit een ‘goeiendag’, laat staan dat ze eens aangesproken werden.

Josée Goethals: Nee, en dat frustreerde de asielzoekers wel. Mensen maken hier geen contact. Dat is een oud zeer.

Liesbeth Michiels: Dat verschilt ook erg van jaar tot jaar en van de groep vluchtelingen die op dat moment in het opvanginitiatief verblijft. Het contact met de groep die hier tijdens de vluchtelingencrisis in 2015 woonde was bijvoorbeeld erg positief. De groep die toen op de bovenverdieping verbleef, woont nog altijd in Zemst. Ik sprak gisteren nog één van hen en die zei ook “Als ik nu met de trein naar Brussel of Antwerpen ga en ik keer terug naar Zemst, dan denk ik bij mezelf: ‘Ik ga naar huis, voor mij is dit mijn thuis’”.

Dat is ook waar we toe oproepen met de Vredesweekcampagne. Hoe zorg je ervoor dat nieuwkomers zich welkom voelen? Lukt het om contact te maken met de Zemstenaars?

Liesbeth Michiels: We weten dat de drempel erg hoog is voor mensen om elkaar thuis uit te nodigen op de koffie bijvoorbeeld, en zo direct en spontaan contact te leggen. Om dat contact te vergemakkelijken organiseren we initiatieven zoals lezingen en filmvertoningen. Zo kunnen beide groepen stapsgewijs naar elkaar toegroeien. AZIZ is daarin een belangrijke partner. Ik moet zeggen dat de Zemstenaars daar ook wel voor openstaan. Als ik op zoek ga naar vrijwilligers voor integratiebevorderende projecten zoals ‘voorlezen aan huis’, krijg ik altijd erg veel respons.

Je hebt natuurlijk ook de taalbarrière. Hoe gaan jullie daarmee om in Zemst?

Liesbeth Michiels: De mensen die in Zemst zijn komen wonen, werden redelijk snel vanuit het OCMW aangemoedigd om Nederlandse les te volgen. Het niveau is goed. Zeker bij de laatste groep die hier in het opvanginitiatief woonde...

Josée Goethals: Ja, je kan goed met hen praten! En dat doen we ook zoveel mogelijk in het Nederlands.

Liesbeth Michiels: We organiseerden drie jaar lang een praatcafé om een connectie te maken tussen Nederlandstaligen en anderstaligen. Dat hebben we vorig jaar moeten stopzetten, omdat de interesse terugliep. De initiatiefnemers waren niet meer allemaal beschikbaar. We vertrekken altijd vanuit het engagement van de betrokkenen en kijken nu samen of we in de toekomst een soortgelijk initiatief kunnen starten. Wat we nog wel doen, is een voorleesproject aan huis, en dat is erg versterkend. Er ontstaan duurzame relaties, waarbij de voorlezers bij gezinnen blijven terugkomen en er nauwe contacten ontstaan. Dat is toch erg belangrijk in de uitbouw van dat lokaal netwerk.

Kan je wat meer vertellen over het belang van het lokale netwerk om je thuis te kunnen voelen. Hoe pakken jullie dat aan in Zemst?

Josée Goethals: Op Wereldvluchtelingendag, 20 juni, hadden we journalist Majd Khalifeh uitgenodigd om te spreken over zijn boek Herboren, hier komt een nieuwe Belg. Majd is een echt rolmodel. In zijn verhaal zie je ook hoe belangrijk een goed netwerk is. Hij is bij de Chiro geweest, heeft een heel uitgebreide Belgische vriendengroep. Maar dat is vandaag de dag allesbehalve evident. Vluchtelingen worden vaak van hot naar her gestuurd.

Bij de vluchtelingencrisis in 2015 gingen veel tijdelijke opvangcentra open. Die zijn ondertussen gesloten en de bewoners moesten op heel korte termijn verhuizen. Toen het kamp aan Nekkerspoel in Mechelen sloot bijvoorbeeld, werden de asielzoekers naar andere plekken gestuurd. Velen van hen naar Houthalen-Helchteren in Limburg, anderen zelfs naar Wallonië. En dat terwijl sommigen toch al een jaar in Mechelen leefden en hun kinderen er naar school gingen. Nu stelt zich het probleem van de enorme woningnood. Erkende vluchtelingen moeten na de asielprocedure weg uit de asielopvang. Ze komen tijdelijk in een lokaal opvanginitiatief van een gemeente waar ze geen huurwoning kunnen vinden en uiteindelijk komen ze terecht in een huurwoning in een andere gemeente of stad. Dan moeten ze weer eens verhuizen. Kinderen kunnen zich niet hechten en het netwerk van de ouders moet steeds opnieuw opgebouwd worden. Men onderschat dat. Het lokaal beleid heeft op dat vlak een heel belangrijke rol te spelen en moet ingrijpen.

Liesbeth Michiels: Inderdaad, dat denk ik ook. Zeker in die overgangsperiodes kunnen we vanuit het lokaal bestuur bruggen maken met partners zoals AZIZ om iemand een tijdlang op te vangen. Zoals jij, Josée, hebt gedaan met meerdere families in Zemst.

Als we het hebben over het uitbouwen van een netwerk zijn brugfiguren essentieel. Daar zet ik vanuit het team Welzijn - Integratie ook heel actief op in. Het werkt drempelverlagend als je iemand ergens kent of daar al eens geweest bent. Zo probeer ik zoveel mogelijk op activiteiten aanwezig te zijn. Dan hebben ze iets van, Liesbeth is daar, dan kennen ze al iemand. We doen dat ook met het voorleesproject. Als de voorlezer de mensen meeneemt naar de bibliotheek, dan wordt die omgeving al beter bekend.

We bouwen zoveel mogelijk voort op wat er al bestaat. We proberen bijvoorbeeld kinderen toe te leiden naar speelpleinen en onze vakantiewerkingen. Zo gaan ze zich hier ook hechten en komen de ouders in contact met andere ouders. Daarnaast proberen we mensen ook naar het verenigingsleven toe te leiden, al is dat niet altijd makkelijk. We zetten zoveel mogelijk in op de bestaande kansen, zodat nieuwkomers indirect hun netwerk kunnen versterken.

En zo slaan burgers en lokaal beleid de handen in elkaar…

Josée Goethals: Ja! Het is echt een win-winsituatie. Zowel burgers als het beleid in Zemst vinden elkaar. We moeten de nieuwkomers ook het signaal geven dat ze het niet alleen moeten doen. Ze hebben heel veel ‘huiswerk’, het is geen makkelijk proces, dat wil ik wel benadrukken. We moeten vooral geduld hebben, volhouden en blijvend inzetten op ‘samen leven’.

Liesbeth Michiels: Ik denk dat we daarin op dezelfde golflengte zitten. We gaan met onze activiteiten geen grootse dingen veranderen. We zijn heel blij met kleine stapjes. Met die kleine stapjes proberen we de bevolking te sensibiliseren en te betrekken. Het zal niet van vandaag op morgen veranderen, maar we blijven erin investeren, zodat iedereen zich op de lange termijn echt thuis kan voelen in Zemst.

 

Dit interview komt uit het campagnedossier van de Vredesweek. Download of bestel het hier!

 

partners